2.0 Dingen voor senioren
Gepubliceerd op 25 oktober 2010Als variant op 23 Dingen heeft ProBiblio in samenwerking met de Overijsselse Bibliotheekdienst, Biblioservice Gelderland en de Bibliotheek Culemborg, 2.0 Dingen voor senioren ontwikkeld. 23 Dingen is een bekend begrip bij de bibliotheken. Zo zijn er naast 23 Dingen voor bibliothecarissen, ook 23 Dingen ontwikkeld voor archieven, scholen, musea etcetera.
Het cursusmateriaal is geplaatst op een tijdelijke website om deelnemende organisaties de gelegenheid te geven het proces te volgen, inspraak te geven en al met het materiaal aan de slag te gaan. Net zoals vele sites op web 2.0 is deze site nog volop in ontwikkeling en eigenlijk nooit klaar. De inhoud van de site wordt steeds aan de actualiteit aangepast. Uiteindelijk zal deze website een eigen domein krijgen.
Op de site staan stap-voor-stap handleidingen die senioren kunnen gebruiken bij het leren omgaan met populaire web 2.0 sites. Het gaat daarbij om de basisvaardigheden, niet om geavanceerde vaardigheden. Er is gekozen voor sites die Google-gerelateerd zijn, zodat de deelnemers slechts één account hoeven aan te maken.
Deelnemers kunnen zelfstandig aan de slag met het materiaal. Bibliotheken kunnen het materiaal ook als basis gebruiken voor een serie workshops. Er is een apart hoofdstuk toegevoegd met tips hoe zo'n workshop georganiseerd kan worden. Deze tips staan bij het onderdeel "Voor docenten". Het wachtwoord voor dit onderdeel is 20dingen. Het is de bedoeling dat deze pagina aangevuld gaat worden met ervaringen en tips. Voor de actualisering van de site zijn de makers ook afhankelijk van medewerking van gebruikers. Wellicht komen zij in de praktijk zaken tegen die veranderd zijn of wellicht een andere benadering vereisen. De werkgroep 2.0 Dingen wil daarom graag van bezoekers te weten komen wat men van de site vindt: Wat moet anders? Wat de ervaringen met internetcursussen voor senioren? De werkgroep stelt daarom reacties zeer op prijs. Reacties kunnen worden gestuurd naar Edo Postma.
Meer informatie bij Petra Hoogerkamp of Anita van Lierop

